Tom Hades: “Ik ben een kind van de new wave”

interview Tom Hades en Marceline oktober 2014
Een inspirerend gesprek met Tom Hades over dromen, experimenteren, mensen met passie, de 'shitoplosser', de spelcomputer, zijn Suikersound en over zijn grootste icoon Frank de Wulff.

This post is also available in: English (Engels)

.

 

In oktober op een zonovergoten Amsterdams terras kunnen neerstrijken voor een interview, is zowel voor de Vlaamse technoheld Tom Hades (39) als ondergetekende een onverwacht cadeautje. Net als het gesprek dat volgt. Niet één maar vier rode draden spinnen zich er vastberaden doorheen: Wim Vanoeveren is dol op experimenteren, hij durft nog steeds te dromen, heeft een voorliefde voor mensen met passie en last but not least, koestert hij een diepgewortelde afkeer voor ‘fakers’ oftewel ‘acteurs’. Wat een spelcomputer van de overbuurjongen al niet teweeg kan brengen.

Hoezo: een gemiddeld mens gedijt bij minimaal zeven of acht uur slaap per nacht? Tom trekt bij die uitspraak nog net niet laatdunkend zijn wenkbrauwen op. Hij doet het al minstens anderhalf jaar met drie tot maximaal vier uur. Soort professioneel risico. Dat krijg je van al dat reizen.
De laatste paar jaar heeft hij de aardbol praktisch van boven naar beneden en van links naar rechts gezien. Vliegtuig in, vliegtuig uit. “Sommige steden herken ik al aan het vliegveld”, lacht hij breed. Zelf houdt hij zijn globetrotterbestaan zonder al te veel moeite vol, ‘zolang ik maar kan sporten’. In zijn hoofd gaat het maar door en door. Overal is inspiratie te vinden. “Reizen is fysiek vermoeiend, maar mentaal stop ik niet zomaar. Op een gegeven moment wil ik gewoon ‘anders’ moe zijn, moe in mijn denken. Dat bereik ik met sporten.”

‘Shitoplosser’

Zijn eigen gewenning aan het ongeregeld bestaan kwam duidelijk aan het licht toen zijn vrouw Leen, werkzaam in de marketing, meeging op tournee in India. “Tegen de tijd dat we thuiskwamen, was zij totaal uitgeput. Terwijl ikzelf redelijk moeiteloos over kon gaan tot de orde van de dag.” Als het even kan, vergezelt Leen hem naar zijn gigs. Tom houdt er zelf overigens ook nog een veertigurige werkweek op na waarin hij opklom van helpdeskmedewerker tot general ict-manager – ‘Shitoplosser’, noemt hij het zelf – voor een bedrijf dat zich bezighoudt met medische elektronische patiëntendossiers. Die dagbaan is geen financiële noodzaak meer dezer dagen, doch een welbewuste keuze. “Dit werk is ook mijn hobby.” Kinderen hebben zich nog niet aangediend, maar die gedachte is evenmin helemaal afgeschreven, laat Tom met een verlegen lach los.
Ondanks zijn niet mis te verstane functie op de corporate ladder, verkeert deze rising star in de prettige positie dat zijn werkgever hem volop de mogelijkheid biedt om ter wille van zijn andere succesvolle carrière gebruik te maken van onbetaald verlof, lees: clubs over de hele wereld in zijn technoban te brengen. De Belg is zich terdege bewust van deze bevoorrechte positie, eentje waarvoor hij buiten alle kijf hard heeft gewerkt. Hij is de belichaming van het gezegde ‘de aanhouder wint’.

banner djmag Tom Hades foto door Onscherp - Tom Hades: "Ik ben een kind van de new wave"

Spelcomputer

Het begon een kwart eeuw geleden. Toms toenmalige overbuurjongen in het Vlaamse provinciestadje Tienen was de benijdenswaardige eigenaar van een Amiga spelcomputer, waar Tom geregeld op speelde. Op een dag bracht de overbuurman een nieuw spel mee voor zijn zoon, een muziekprogramma genaamd Octamed Pro, een tracker software. De buurjongen vond er geen bal aan maar in combinatie met Octamed Pro maakte de Amiga in no time haar naam waar en werd Toms grootste ‘vriendin’. “Daar ligt mijn impuls tot produceren”, weet hij zeker.
Talent, daar word je mee geboren, en zowel de Amiga als Octamed Pro raakten feilloos aan zijn creatieve drang en aan zijn interesse in (computer)techniek. Met plezier herinnert hij zich: “Op mijn zestiende stond ik al als vaste dj te draaien in een clubje in de buurt van mijn geboorteplaats. Ik ben een kind van de new wave en draaide Front 242, DAF, Neo Judgement en Art of Noise. Natuurlijk kwam ik ook in aanraking met blowen. En mijn liefde tot experimenteren zat er toen ook al in, haha. Al ging het in die tijd om hallucinerende middelen. Ik hield er een ander leven op na dan de gemiddelde Tienenaar.” Hij benadrukt echter dat het belangrijk is om uiteindelijk wel ‘de jaren van verstand’ te bereiken: “Je kunt je niet je hele leven onderdompelen in drugs.”
Zijn ouders zagen met lede ogen toe hoe hun zoon zich laafde aan die voor hun onbegrijpelijke muziekscene, die natuurlijk nooit een normale, goede baan zou opleveren. Met een zich naar het gangbare beeld voegende vijf jaar oudere zus als voorganger – “Ze is honderdtachtig graden anders dan ik”- kroop het bloed natuurlijk toch waar het niet gaan kon en moest Tom buigen voor zijn muzikale scheppingsdrang. Van new wave naar new beat naar techno. De wet hielp destijds ook een handje. “Je mocht al vanaf je zeventiende autorijden. Tja, vanaf die leeftijd ging ik letterlijk de complete Belgische uitgaansscene af.” Met minimale moeite en met de hakken over de sloot haalde hij zijn eindexamen en toen hij ook nog een jaar Informatica studeerde, haalde zijn familie kortstondig opgelucht adem. Daarna was echter voor Tom de burgerlijke maat vol.

Paling- en Suikersound

En zoals Jan Smit, Nick & Simon en BZN de zogenoemde ‘palingsound’ uit Volendam delen, vraag je je bijna af of zich ook in Tienen iets bijzonders in de dagelijkse kost bevindt. De stad die wereldwijd bekend staat als Suikerstad lijkt immers bevorderlijk voor een aangeboren ‘Suikersound’ (niet per definitie zoet), getuige het gemiddeld genomen opvallend hoge aantal daar geboren en getogen technotalenten. Net als Volendam is Tienen een provinciestad, in dit geval eentje die veelal bestaat uit gehuchten waar je in een vloek en een zucht doorheen bent gereden. Marco Bailey, Redhead, Danny Casseau en Tom groeiden erop en verkenden samen als tieners de alternatieve muziek. Inmiddels zijn Marco en Tom vele gezamenlijke tracks, ooit gedeeld eigenaarschap van muzieklabel Rhythm Converted en een flink stuk muzikale erkenning verder.
Tom heeft zowaar zelfs ooit zijn ‘Suikersound’ in het Palingdorp ten gehore gebracht. “Ik liep daar over die Dijk en zag alle folklore en toeristen en dacht even dat ze me verkeerd hadden geboekt. Maar nee hoor, het was fantastisch. Die Volendammers gingen helemaal los!”

What Tom ‘Hates’?

De zon is verdwenen en de goedlachse, openhartige Belg legt zijn zwarte zonnebril voor zich neer. Twee knalblauwe ogen kijken vrolijk de wereld in. Terwijl hij inmiddels, zeker in bepaalde kringen – of ‘milieu’ zoals hij de dancescene herhaaldelijk betitelt – een behoorlijke sterrenstatus heeft bereikt, is hijzelf wars van allures. Met die kenmerkende zachte Vlaamse ‘g’: “Ik ben en blijf een gewone gast.” Hij heeft juist een enorme aversie tegen ‘collega’s’ die louter in de dance industrie actief zijn om het geld, de roem en de aanbidding. Degenen bij wie het essentiële woord ‘passie’ op geen kilometer afstand (meer) is te bekennen. “Die gasten zijn om de verkeerde redenen in de scene gestapt en hebben het milieu om zeep geholpen.”
‘Acteurs’ noemt hij deze mensen, net als bijvoorbeeld sommige van zijn vroegere klasgenoten met wie hij op z’n 27ste een schoolreünie had. “Ze waren al getrouwd, hadden kinderen, lagen soms zelfs alweer in scheiding, pfff, het leek of hun leven op was gehouden. Het druiste volkomen tegen mijn wezen in. Ik wilde bijna schreeuwen: ‘Leef toch!’ Veel mensen spelen voortdurend een rol.”
Tot op de dag van vandaag brengen onechte mensen, oppervlakkige mensen die niet zichzelf zijn, weerzin bij hem naar boven. “Je hebt maar één leven. What a waste!als je dat zomaar verkwanselt. Niemand zal over mij kunnen zeggen: ‘Hij heeft niet geleefd!’” Waarmee de grappig bedoelde vraag: ‘What Tom ‘Hates’?’, onverwacht hartgrondig werd beantwoord.

my first gig tom hades marcelineke - Tom Hades: "Ik ben een kind van de new wave"

Passie

Pragmatisch als Tom is, vindt hij het zelfs ronduit een onrealistisch gegeven dat sommige beroepsgenoten zich denigrerend uiten over hun wèl gedreven doch volledig gedigitaliseerde collega’s. Of zich negatief uitlaten over de generatie van nu, die opgroeit in een digitale wereld. “Ik bedoel: we gaan toch ook niet terug naar de cassettebandjestijd!?”
Enige fierheid klinkt door in zijn besef dat hij zijn eigen technowiel heeft moeten uitvinden met voor naar hedendaagse begrippen primitief ‘gereedschap’. Soms vraagt hij aan jonge, beginnende producers om in acht (!) seconden een track neer te zetten, waarna ze hem glazig aanstaren, want, ehhh, hoe dan? Hij beseft dat het aanbod van loopjes, samples en al bestaande geluiden dezer dagen schier oneindig is. Hoe hier een goede keuze uit te maken? “Dat kan lastig zijn, zeker voor beginnelingen. Maar mijn eigen ervaring is tot op heden: hoe simpeler ik de tracks maak, hoe succesvoller ze zijn.” Over een goede tip gesproken!
Tom draait voor het maken van een basistrack tot op heden zijn hand niet om. Natuurlijk weet hij nu dat dit ervaring heet. En waar hij zelf nooit een mentor heeft gehad, treedt hij inmiddels wel grootmoedig op als iemands leermeester. De in België woonachtige Deen Sören Aalberg aka Koen Vanlangendonck kan zich verheugen op Toms speciale input en aanwijzingen. “Ik geef hem pointers, wijs hem op sterke en zwakke punten”, doet Tom bescheiden zijn aandacht voor Sören af, aandacht waar veel aankomende (techno)producers alleen maar van kunnen dromen. Wat hij als tip aan beginnende producers wil meegeven, is dat het goed is als ze uit hun comfortzone durven te stappen. Ondergetekende noemt het stiekem de ‘Tomfortzone’.

Sabbatical

Hoe goed het ook gaat, Tom kiest volgend jaar even voor zichzelf. De komende weken domineert het Amsterdam Dance Event de agenda, hier en daar nog een set draaien… Maar dan is het even klaar qua boekingen en releases. “Ik ben toe aan een sabbatical. Ik wil weer muziek maken. De studio in. Ik wil het gevoel van ’Been there, seen it, done that’ voor zijn! De tijd is rijp dat mijn muziek, mijn ervaring en mijn privéleven na vijftien jaar de plek krijgen die ze verdienen. Natuurlijk, als iets speciaals zich aandient – een evenement, feestje, label – ga ik daar zeker iets mee doen. Dat heeft niet met groot of klein te maken, betaald of onbetaald. Het gaat om het unieke, het gevoel dat ik erbij krijg.”
Wat elk creatief gedreven persoon herkent, is zijn drang om te máken, te scheppen. De studio roept. Bovenaan de prioriteitenlijst prijkt in ieder geval een nieuw album. En echt, die bijna vijftig destijds afgekeurde tracks worden niet ‘gerecycleerd’. Tom garandeert vers en nieuw. “Ik vind: als een track niet klopt, kun je ‘m niet buigen tot iets wat wel klopt. Dan gaat-ie de prullenbak in.” En heel, heel misschien zal in die scheppingsgolf ook een nieuw Tommetje of Leentje ontstaan.

Dromen

Behoorlijk haalbaar zijn het vervullen van twee grote muzikale wensen: met Gary Beck de studio induiken èn met Slam. Hoewel deze grootheden elkaar muzikaal zowel ontlopen als aanvullen, zou Tom inderdaad zomaar onbewust een prachtig ménage-à-trois kunnen bewerkstelligen. Dat is echter niet zijn insteek. Hij ziet zichzelf met elk van deze technogrootheden apart achter het mengpaneel plaatsnemen. Of hij met hen als mens door de bocht kan, is niet direct essentieel. Zoals het immers vaak in de dance scene betreft, leert de ervaring dat bij een gedeelde passie voor techno en voor gelaagde, kwalitatieve housemuziek in het algemeen, vaak onmiddellijk een klik die als vanzelfsprekend aanwezig is. “Ik heb meerdere malen in de studio gezeten met artiesten over wie ik vooraf bedenkingen had met betrekking tot onze compatibiliteit. Uiteindelijk maakten we een geweldige blend. Omdat deze gasten passie hebben!”
Hij ziet, eh hoort, al bijna voor zich hoe hij met zijn drie beoogde studiogenoten totaal uiteenlopende tracks zal voortbrengen. Zijn bewondering voor de aan hem in postuur gewaagde Gary schuilt om te beginnen in diens drive, ‘die is ongelooflijk goed’. Tom heeft hier duidelijk al langer over nagedacht. “Gary grijpt je, je gaat voorwaarts! Wat een uitdaging om met zijn energie, zijn oh zo typische catch, en mijn, noem het warmte, mijn melodie, samen dé track van het jaar te maken!”
Slam valt in het algemeen eveneens in de categorie techno in de breedste zin van het woord te plaatsen, maar is tegelijkertijd niet te vergelijken met Gary Becks diepe, bijna donkere techno met het op het ongelooflijk goed getimede vocaaltje. Tom beschrijft: “De mannen van Slam zijn wat mij betreft de meest universele gasten ter wereld. Hun tracks hebben stuk voor stuk de Slam-signatuur. Wat ze ook doen – hard, zacht, stampen – elk van hun composities bevat de ‘Slamstamp’. Hun handtekening klinkt altijd door in hun brede spectrum. Ik heb zo’n respect voor mensen die muziek met karakter maken.”

october 2015 ADE Tom Hades and Marceline - Tom Hades: "Ik ben een kind van de new wave"

Frank de Wulff

En ook gevierde technohelden hebben mensen die zijzelf al sinds jaar en dag bewonderen. Tom kreeg dus de verrassing van zijn leven toen hij onlangs argeloos zijn telefoon opnam en Frank de Wulff zich kenbaar maakte. “Frank is al sinds het begin der tijden mijn icoon! Ongelovig, stamelend, – ‘Dat kán toch niet!’, schoot door me heen – verzekerde ik me ervan dat het werkelijk Frank was. En ja hoor. Hij belde mij! Pfff. Hij wil met míj de studio in! Het was totaal surrealistisch.”
Hoe dan ook zit hij niet direct te wachten op het verzoek tot een remix van een nummer van Mick Jagger, Sting, Madonna of een dergelijke wereldster. Als er dan toch een egostrelende aanspraak op zíjn talent zou worden gedaan, hoopt hij dat Underworld op de stoep staat. Zijn reactie op onze suggestie dat hij met zijn new wave-achtergrond misschien wel de aangegeven persoon is om Doot Doot van Freur (destijds Underworlds Karl Hyde and Rick Smith) met respect te restylen, of bijvoorbeeld Der Mussolini van DAF, geeft meteen duidelijk aan dat deze oud-new waver inderdaad al langer met die gedachte speelt. Wellicht ook een mooie uitdaging voor zijn sabbatical?
Gedreven als Tom is, lukt rustig een avondje op de bank bij vrienden hangen met moeite een paar uur. “Dan voelt het gewoon niet meer goed en smacht ik op een gegeven moment naar een drumcomputer.” Als het niet Leen is, de liefde van zijn leven met wie hij al zolang gelukkig een verknocht stel vormt dat geen van beiden du moment kan oplepelen hoe lang ze eigenlijk samen zijn – “In ieder geval was ik toen nog gewoon Wim” – met wie hij voorts kostbare tijd doorbrengt, lonken de laptop, de tablet, de studio. Zijn geliefde verwent hij met exquise uit kookboeken gehaalde gerechten maar vooral, en daar ligt wederom de creatieve uitdaging die Tom voortstuwt – met wat er maar net in de koelkast ligt. “Als Leen vraagt of ik wil koken, wil ik weten waar ze zin in heeft. Of ik vraag haar om slechts één ingrediënt te noemen waarmee ik aan de slag kan. Heerlijk vind ik dat. Zij raakt gestresst van koken maar voor mij is het ultieme ontspanning.”

Toms bevlogenheid en vrolijke energie zijn bijna hypnotiserend. Helaas kent gezelligheid toch een tijd. De Vlaming loopt over van de anekdotes en als hij niet nog een gig in Zwolle op het programma had staan, kon er zonder enige moeite een inspirerend etentje aan vast worden geknoopt. Gelukkig is lief Leen ook vandaag van de partij om hem samen met begeesterd manager Joost Veerman te vergezellen naar het oosten van ons kikkerland.

Dit interview is oorspronkelijk in oktober 2014 gepubliceerd op DJMag.nl.

 

Share This Post

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

More To Explore